Mortuariumbeheer: Als de zorg ophoudt en de dood zijn intrede doet…

De artsen doen wat ze kunnen, maar helaas, het mag deze keer niet baten… De dood doet zijn intrede en de patiënt is niet langer in handen van de geneesheren. Immers, zij zijn ervoor aangesteld om de patiënt zorg te verlenen en te genezen. Wanneer deze zorg ophoudt, gaat automatisch de zorg over naar iemand anders. Maar naar wie? En is die scheidslijn altijd wel even duidelijk?

Volgens Jaap Sijmons, professor hoogleraar Gezondheidsrecht en advocaat, is die scheidslijn vrij duidelijk. Toch vindt hij de aandacht voor mortuariumbeheer goed, zeker nu de Vereniging van Mortuariumbeheerders in de Gezondheidzorg (VMG) de regels in duidelijke procedures heeft vervat. “Zaken rondom de dood liggen vaak erg gevoelig. Je kunt beter alles vooraf goed regelen, want achteraf een fout herstellen wordt een stuk lastiger. Daarom is het goed dat de regelgeving en taakverdeling rondom mortuariumbeheer opnieuw is bekeken.”

Wat is mortuariumbeheer eigenlijk?

Om een goed beeld te hebben waar het in deze over gaat, legt hoogleraar Sijmons het begrip uit: “Bij mortuariumbeheer gaat het simpel gezegd over de gewone gezondheidszorg die overgaat in post-mortale zorg. Dat gebeurt op het moment dat de patiënt komt te overlijden. Maar wanneer houdt de gewone zorg nu exact op? Als iemand zijn laatste adem uitblaast? Of pas als het lichaam uit handen wordt gegeven aan de familie? De discussie rondom mortuariumbeheer ging de laatste tijd over deze terreinafbakening. In principe is het zo, dat op het moment dat de artsen constateren dat de patiënt overleden is, er nog enkele handelingen worden verricht die onder de noemer gewone nazorg vallen. Dit zijn noodzakelijke handelingen om de zorgverlening af te ronden, zoals het infuus en niet-lichaamseigen hulpmiddelen verwijderen en het netjes afhechten van een operatiesnede. Op het moment dat deze handelingen zijn verricht, houdt hun taak op; ze brengen het lichaam over naar het mortuariumbeheer. Deze beheerders zijn verantwoordelijk voor het behandelen en bewaren van de overledene. Daar vallen taken onder als koeling en handelingen die voor het opbaren gedaan moeten worden. Dit zijn noodzakelijke handelingen die bij wet en uit piëteit jegens de overledene verplicht zijn: iedere overledene dient op deze wijze ‘bewaard’ te worden. Daarnaast zijn er nog wenselijke handelingen, zoals het wassen van een overledene, het verzorgen van de nagels en de haren en het aankleden. Dit is echter niet wettelijk verplicht en gebeurt op nadrukkelijk verzoek van de nabestaanden.”

De cruciale vraag: wie betaalt dat?

Zodra een patiënt onder mortuariumbeheer valt, houdt ook de betalingsverplichting op bij de zorgverzekering. Terwijl de familie nog met hele andere zaken bezig is, moet iemand de wettelijke taken uitvoeren om de overledene goed te behandelen. De kosten voor deze handelingen zijn uiteindelijk voor rekening van de nabestaanden. De mortuariumbeheerder voert deze taken dus eigenlijk uit in opdracht van de familie, zonder dat daar al een opdrachtbevestiging bij hoort. In juridische termen heet dat zaakwaarneming, oftewel: als het gaat om een zaak waarbij uitstel niet geduld wordt. Sijmons is duidelijk over de rol van de uitvaartondernemer: “De uitvaartondernemer moet zich bewust zijn van deze opdrachtverlening. Hij zou dit onderdeel standaard verdisconteerd moeten hebben in zijn prijzen. De meeste uitvaartondernemers weten van deze kosten en dragen ook netjes zorg voor de factuur. Zij schieten deze als het ware voor en de nabestaanden krijgen slechts één totaalrekening voor zijn of haar diensten. Echter, in niet alle gevallen is de uitvaartondernemer op de hoogte van deze kosten. Denk maar eens aan de nieuwkomers in de markt. Het aantal toetreders is de laatste jaren flink gestegen, mogelijk door de goede prognose voor het aantal sterfgevallen in onze samenleving. Daardoor zijn er ook toetreders bijgekomen die niet of onvoldoende op de hoogte zijn van deze mortuariumkosten. Als zij een scherp tarief neerleggen – en dat doen bijvoorbeeld de ‘budgetuitvaarten’ via het internet – dan zien zij zich genoodzaakt om deze kosten nog eens apart in rekening te brengen. Dat is best confronterend voor de nabestaanden. Zij zijn immers vaak niet op de hoogte van de kosten voor het mortuariumbeheer. Daarom is het goed dat er aandacht komt voor het takenpakket van de mortuariumbeheerder. Niets is zo vervelend als het achteraf confronteren met extra kosten.”

Netjes verzorgen

Gelukkig gaat het merendeel gewoon goed. “De dienstverlening in Nederland is erg hoog”, benadrukt Sijmons, “maar het is niet verkeerd de uitvaartondernemers extra op het hart te drukken dat de mortuariumbeheerders een opdracht hebben. Zowel wettelijk gezien als vanuit de nabestaanden. De ondernemers moeten deze verzorgingsplicht kennen en meenemen in hun prijsniveau. We willen immers in Nederland dat het verzorgen van een overledene netjes gebeurt, daar hoort de zakelijke kant ook bij. De branche wil door deze aanscherping van protocollen de familie en nabestaanden nog beter beschermen. Nu en in de toekomst.”

Over Jaap Sijmons

Professor hoogleraar Jaap Sijmons is hoogleraar Gezondheidszorg aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij advocaat bij Nijsingh. Sinds 2004 staat hij in de top 10 van de ranking van advocaten in het gezondheidsrecht, in 2015 stond hij zelfs op de eerste plek in de ranking van Zorgvisie. VMG heeft hem gevraagd om zijn opinie te geven over de regelgeving. Deze input heeft geresulteerd in de hernieuwde regels en protocollen rondom mortuariumbeheer.

Overlijden melden • 24 uur per dag:
088 1198 200

Neem gerust contact op wanneer u vragen heeft. Wij staan voor u klaar.

088 1198 200 info@vredehof.nl